Bij de inspraakreactie op de Woonvisie (tijdens de Burgerronde in de Commissie 11 februari j.l.) heeft de WIG zich vooral geconcentreerd op twee zaken: meer rolstoeltoegankelijke woningen en aanpasbaar bouwen als norm voor alle nieuwbouw. Ook is opnieuw gepleit voor het aanstellen van een toegankelijkheidsfunctionaris.
Hieronder vind je de integrale inspraakreactie.
Rolstoelwoningen
Korte termijn
Een speciaal aandachtspunt is volgens de Woonvisie dat er een actueel tekort is aan enkele tientallen rolstoeltoegankelijke woningen. Het is goed dat dat wordt erkend.
Het college wil dat tekort “de komende jaren” wegwerken via nieuwbouw en het aanpassen van bestaande woningen.
Tot 2010 zouden er volgens planning 19 nieuwe rolstoelwoningen worden gerealiseerd (Bron: brief ‘Stand van zaken wachtlijst rolstoelwoningen’ aan de gemeenteraad (21 mei 2008).
Hoe staat het daarmee?
Bovendien: in 2009 zullen zich opnieuw mensen melden die behoefte hebben aan een rolstoeltoegankelijke woning. Hoe wordt in die vraag voorzien?
We hebben al eerder aangegeven: er is behoefte aan een inhaalslag. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het aanpassen van bestaande woningen op de korte termijn tot die gewenste inhaalslag zal leiden. Hoe gaat die inhaalslag dan wel gerealiseerd worden?
Het tekort aan rolstoelwoningen kan leiden tot in medisch en sociaal opzicht onacceptabel lange wachttijden voor woningzoekenden. Om die lange wachttijden te voorkomen adviseren wij om bij het afgeven van een verhuisindicatie een termijn van maximaal een half jaar te stellen, waarbinnen iemand zelfstandig via Entree zoekt naar een geschikte rolstoelwoning. Mocht die persoon (of gezin) binnen die termijn niet slagen, dan zou de gemeente samen met hem of haar binnen maximaal nog eens een half jaar een geschikte oplossing moeten vinden.
Langere termijn
Tussen dit actuele tekort aan rolstoelwoningen en 2020 gaapt nog een heel gat.
Wanneer wij de notitie ‘Actualisatie woonservicegebieden in Nijmegen’ (2007) erop na lezen, wordt duidelijk dat in 2015 behoefte bestaat aan 15.500 zogenaamde ‘gewoon wonen’ woningen in de stad.
Bij ‘gewoon wonen’ gaat het om vier type woningen: standaard-plus woning, rollatorwoning, rolstoelwoning en rolstoel-plus woning (met voorzieningen in de buurt). Dat is een enorme opgave. Onze vraag was en is: wat is de planning voor deze verschillende type woningen, gerekend van 2009 naar 2015? Hoe komt het college van A naar B?
En waar vinden wij de kwaliteitscriteria die zijn vastgesteld voor rollator- en rolstoeltoegankelijke woningen? Dat is van belang, omdat er nogal eens spraakverwarring heerst rond deze begrippen?
Verder, heel belangrijk: welk budget is er voor het aanpassen van bestaande woningen voor bijzondere doelgroepen? En zijn die kosten voor de gemeente of voor corporaties?
Wij zouden over het onderwerp ‘rolstoelwoningen’ graag op regelmatige basis geïnformeerd willen worden, in overleg met betrokkenen. In een dergelijk overleg zou bijvoorbeeld ook informatie over de evaluatie van de woonruimteverdeling via Entree, in het bijzonder van rolstoelwoningen, gepresenteerd kunnen worden. Deze informatie is al diverse keren toegezegd, maar blijft nog steeds uit.
Levensloopgeschikte woningen
Het college geeft aan een realistisch Nijmeegs niveau te willen bepalen voor levensloopgeschikte woningen, dat kan rekenen op draagvlak bij bouwende en woningbeherende partijen. Daarbij wilt u een taakstelling in aantallen afspreken voor nieuwbouw en bestaande bouw. In feite gaat het hier om de actualisatie van de nota ‘Aanpasbaar bouwen’ (1997), die al verscheidene keren is aangekondigd. We zijn nog steeds benieuwd naar die evaluatie. [Aanpasbaar bouwen = een woning zodanig aanpassen, dat deze met geringe meerkosten aangepast kan worden aan de wensen van een individuele bewoner]
Als WIG pleiten wij er voor het ‘realistisch Nijmeegs niveau’ sowieso toe te passen voor alle nieuwbouw. De praktijk wijst al jaren uit dat het vooraf rekening houden met extra eisen ten aanzien van toegankelijkheid, bezoekbaarheid en gebruiksgemak niet of nauwelijks leidt tot meerkosten. Achteraf aanpassen is daarentegen duur.
Verder adviseert de WIG de bereidheid bij betrokken partijen om aan deze eisen te voldoen, af te zetten tegen wat op lange termijn het kostenvoordeel zal zijn voor de gemeente. Hier ligt een hele duidelijke link met het Wmo-budget
Heeft het college zicht op die kosten?
Toegankelijkheidsfunctionaris
Een dergelijke kosten/baten-analyse zou wat ons betreft de eerste taak zijn van een aan te stellen toegankelijkheidsfunctionaris binnen de gemeente. We pleiten ervoor een dergelijke functionaris aan te stellen. Deze zou ons inziens een belangrijke rol kunnen vervullen als aanjager, aanspreekpunt, coördinator en toezichthouder bij projecten, waarbij fysieke toegankelijkheid een voorname rol speelt. Daarbij denken wij zowel aan woningen als aan gebouwen met een publieksfunctie en de openbare ruimte.